|
Trauma in de
frontlijn
Traumabeleving bij journalisten
[05/03/2009]
- Denise Van den Broeck
Meestal staan we als journalisten niet stil bij het leed
van de mensen met wie we een interview hebben of van wie
we een foto maken. Tot je zelf het slachtoffer wordt van
een gebeurtenis en merkt dat je dezelfde gevoelens hebt
als de mensen waarover je eerder een verslag hebt
gemaakt. De twee journalisten wiens kinderen het
slachtoffer werden (of net niet) van de steekpartij
zullen nooit meer een fait divers kunnen maken zonder
zichzelf als mens in vraag te stellen. Maar ook de
andere journalisten die bij de creche stonden te wachten
op nieuws zullen die dag nooit vergeten.
Je kan als
journalist niet onverschillig blijven voor het
ondraaglijk verdriet van de ouders die in zulke
dramatische omstandigheden hun kind verliezen. Zoiets
heeft een traumatisch effect op jezelf als journalist.
Dat vergeet men heel vaak. De dag na de steekpartij werd
het werk van de hulpverleners en de politie netjes in
het zonnetje gezet. Maar over hoe de journalisten zich
voelden die de ziekenwagens en de doodsbange
familieleden hadden zien toekomen, of de
hartverscheurende taferelen bij het vernemen van de dood
van hun kind, werd met geen woord gerept. Journalisten
zijn geen supermensen. En net zoals de hulpverleners, de
politie, de brandweer en militairen die naar een
conflictsituatie worden gestuurd, lopen wij een verhoogd
risico op een posttraumatische stressstoornis.
De Amerikaanse psychiater Frank Ochberg was de eerste
die in de jaren ’60 onderzoek deed naar het
posttraumatische stress syndroom (PTSS).In de loop der
jaren werd het onderzoek naar PTSS en de behandeling van
slachtoffers van oorlogen, rampen, geweld in het
huisgezin op punt gesteld. Maar in zijn praktijk
ontdekte Frank Ochberg dat journalisten even erg konden
lijden onder traumatische gebeurtenissen als de
slachtoffers over wie ze schreven. Dat was voor hem de
aanzet tot de oprichting van het Dart Center for
Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die
journalisten helpt die traumatische situaties hebben
meegemaakt tijdens hun reportagewerk en tegelijkertijd
ook ijvert voor een meer respectvolle benadering van
slachtoffers in de media.
Onder impuls
van Frank Ochberg kwam het onderzoek naar en de
behandeling van trauma’s in een stroomversnelling
terecht. Voor zijn levenslange inzet mocht de psychiater
een speciale Award in ontvangst nemen van het ISTTS
(International Society for Traumatic Stress Studies.
Frank Ochberg heeft zich altijd erg ingezet om
journalisten bewust te maken van de risico’s die ze
nemen en het effect dat die risico’s kunnen hebben op
henzelf als persoon.
Het Dart Center for Journalism and Trauma helpt op een
praktische manier journalisten die lijden onder de
gevolgen van een dramatische ontwikkeling tijdens hun
reportagewerk, geeft workshops en ijvert voor een meer
respectvolle benadering van slachtoffers in de media. In
januari 2008 besliste het Dart Center Europe dat elk
Europees land zijn eigen centrum moest oprichten. Dit
gebeurt met de steun van de plaatselijke
journalistenorganisaties en organisaties die zich om
slachtoffers bekommeren. Het Dart Center België verleent
steun aan journalisten die erg geraakt werden door de
traumatische ervaringen tijdens hun job, maar geeft ook
workshops aan studenten aan de mediascholen. Het is
belangrijk om jonge journalisten ook in te lichten over
die aspecten van hun werk.
In de opleiding wordt journalisten heel vaak de raad
gegeven te focussen op de job en de eigen gevoelens te
negeren. Helaas zo werkt dat niet. Als je gevoelens rond
trauma lange tijd verdringt, komen ze later in alle
hevigheid terug. Soms krijgt men lichamelijke problemen
zonder dat daar een aanwijsbare oorzaak voor wordt
gevonden. De Belgische cameraman die tijdens de
Roemeense revolutie de dood van VTM-journalist van
dichtbij had meegemaakt kreeg vijf jaar na diens dood
plots hartklachten. Er was met zijn hart niets mis. De
klachten waren terug te voeren op de stressvolle
omstandigheden van het overlijden van zijn collega vijf
jaar eerder. Dankzij een alerte arts kon de man op tijd
geholpen worden.
Frank Ochberg noteerde uit de verhalen van de
journalisten die hem in zijn praktijk bezochten nog
andere klachten zoals ongewenste flashbacks,
herbelevingen, zenuwachtigheid, gebrek aan concentratie,
agressie en -afhankelijk van de reactie van anderen- de
weigering om over het gebeurde te praten.
Hoe kan men collega’s die dergelijke ervaringen hebben
meegemaakt helpen?
De collega’s laten vertellen over hun ervaringen, kan
wonderen doen. De Belgische cameraman Daniel Demoustier
die tijdens de oorlog in Irak in 2003 als enige van drie
journalisten een Amerikaanse aanval op hun jeep
overleefde, bevestigt dat praten helpt. “Ik ben
ondertussen al duizenden keren geïnterviewd door
journalisten over de hele wereld zodat ik er geen trauma
aan overgehouden heb.” En VRT-correspondent Tom Van de
Weghe die tijdens de aardbevingen van mei 2008 ’s nachts
zelf moest vluchten om het vege lijf te redden bevestigt
dat hij zich enorm gesteund voelde door de blijken van
waardering van de Belgische minister van Buitenlandse
Zaken die kort nadien op bezoek kwam in Peking.
Waardering is een buffer tegen de ontwikkeling van
posttraumatische stress.
Geduld, rust en heel veel sympathie van collega’s is
vaak al voldoende om te herstellen. Lukt het dan nog
niet, is professionele hulp nodig. Het Dart Center
België heeft adressen van zowel Nederlandstalige- als
Franstalige psychologen die weten wat het werk van
journalist inhoudt.
Denise Van den Broeck is een Vlaamse
onderzoeksjournalist en coördinator van het Dart Center
for Journalism and Trauma België-Belgique. Zij is auteur
van “Trauma in de frontlijn”, (uitgeverij Garant), het
eerste Nederlandstalige boek over trauma bij
journalisten. Meer informatie vindt u ook op de website
www.journalistenentrauma.be
|